Deze pagina is met name gericht op de beoefenaars van de stijl Shaolin Ch’uan Fa, maar alle principes en begrippen kunnen ook worden gebruikt door de beoefenaars van het How Chuen Kung Fu.

Op deze pagina vind je uitleg over algemene principes, het gebruik van Japanse woorden in het systeem van naamgeving en een woordenlijst met vertalingen van het Japans naar het Nederlands.

Isoleren: Japanse woorden gebruikt in namen van standen, verplaatsingen en technieken

Oi versus gyaku

Zijde: oi of In geval van een techniek worden oi en gyako in de eerste plaats altijd gerelateerd aan de eigen voorste voet. Oi is overeenkomstig de voorste voet, gyako is hieraan tegenovergesteld (anders gezegd: overeenkomstig de achterste voet).. Oi = overeenkomstig, gyako = tegenovergesteld. 

Als er ten gevolge van een bepaalde stand geen voorste voet is, maakt de soort van oefening uit voor de bepaling van oi en gyako.

Bij het uitvoeren van een kata, die wordt begonnen in een stand zonder voorste voet (vrijwel alle kata worden gestart in de kiba dachi), wordt de eerste techniek altijd met oi aangeduid. Alle opvolgende technieken met dezelfde zijde zijn ook oi en tegenovergestelde technieken zijn gyako, tenzij de stand verandert en een techniek kan worden gerelateerd aan de voorste of achterste voet.

Bij het uitvoeren van een partneroefening, waarbij de tegenstander aanvalt zonder voorste voet, is de eerste techniek van de aanvaller altijd oi. Als de verdediger ook geen voorste voet heeft, is de bepaling voor oi of gyako van diens eerste techniek gerelateerd aan de aanvallende ledemaat van de tegenstander. Indien de aanvaller met rechts aanvalt, is een verdediging met links oi en met rechts gyako.

In het geval van een stand wordt de voorste voet bij partneroefeningen gerelateerd aan de aanvallende zijde van de tegenstander. Dus als een tori met de rechtervuist stoot en de uke verplaatst naar een oi zenkutsu dachi, dan komt de linkervoet voor te staan. 

Natuurlijke wapens, stijlfiguren en raakvlakken

In de naamgeving van de technieken bestaat het tweede woord uit de Japanse term voor een natuurlijk wapen, een stijlfiguur of een raakvlak. 

In de vroegere manier van leren lagen de begrippen “natuurlijk wapen” en raakvlak heel erg dicht bij elkaar en werden daarom nogal eens als een en hetzelfde aangeduid en met elkaar verward. Dit heeft gedeeltelijk te maken met de vertaling uit het Japans, gedeeltelijk met een ander gebruik van taal en duiding. De vertaling van het natuurlijk wapen keito is kippensnavelhand, maar het raakvlak bij het geven van een slag wordt gevormd door de vingertoppen van alle vingers. De naam van de techniek is mae keito uchi (voorwaartse slag met de kippensnavelhand). Maar in de naamgeving kan het ook zijn dat het raakvlak zelf wordt gebruikt zoals bij de mae chusoku geri (voorwaartse trap met de bal van de voet). Chusoku betekent bal van de voet.

Voor een betere determinatie en daarmee voor een beter begrip van de specifieke kenmerken van de technieken hebben we het begrip “stijlfiguur” aan de kenmerken toegevoegd. Alleen de technieken met de handen dragen een stijlfiguur als kenmerk. De stijlfiguur geeft de houding van de hand aan. De stijlfiguur seiken bijvoorbeeld  van de hand aan waarbij alle vingers zijn opgerold en de duim zich onder de vingers bevindt, waardoor de hand de houding aanneemt van een vuist. Deze houding van de hand maakt het mogelijk bepaalde technieken te geven, zoals een stoot of een slag met de achterkant van de vuist. Andere technieken kunnen juist niet meer worden gegeven, zoals alle openhandtechnieken.

Het kan zijn dat een raakvlak meerdere natuurlijke wapens kan vormen. De top(pen) van een of meerdere vingers kunnen onder andere de mae nihon nukite of de mae keito uchi als natuurlijk wapen vormen. 

Daarnaast kan het voorkomen dat het woord voor een natuurlijk wapen meerdere mogelijke raakvlakken heeft. Een kagato geri is een trap met de hiel van de voet, maar de mogelijke raakvlakken zijn de binnenkant, de onderkant en de achterkant van de hiel. 

In de naamgeving van de technieken die in Shaolin Ch’uan Fa wordt gehanteerd is het tweede woord (bij isolatie oefeningen) of het woord voor een raakvlak of het woord voor een natuurlijk wapen. Ze worden dus nooit beide gebruikt. Een natuurlijk wapen wordt gevormd door de combinatie van de houding van een of meerdere lichaamsdelen met het gebruik van een of meerdere raakvlakken. Bijvoorbeeld door alle vingertoppen tegen de top van de duim te leggen (raakvlak wordt gevormd door alle vingertoppen samen) vorm je een keito (kippenkop). Maar als je de vijf vingertoppen juist uit elkaar houdt en sterk gespannen (raakvlakken zijn de vijf afzonderlijke vingertoppen) vorm je een koko (tijgerklauw)  kan het zijn dat er een specifiek natuurlijk wapen door wordt gevormd. 

Soorten van technieken

In de naamgeving van standen en technieken wordt het laatste woord altijd gevormd door de soort van techniek die het betreft. 

  • Als het een stand betreft is de soortnaam altijd dachi.
  • Voor de technieken zijn er twee hoofdgroepen: kumite technieken en haitatsu technieken. Het onderscheid tussen kumite technieken en haitatsu technieken wordt in paragraaf 5.1.4 verder uitgelegd. De soortnaam van een techniek wordt bepaald aan de hand van onderstaande determinatietabel:
Kumite techniekenHaitatsu technieken
Uke: verdedigingenTori: aanvallenUke: verdedigingenTori: aanvallen
Soortnaamuke: weringentsuki: stotenhasami: schaar(beweging)gatame: klem (of vastpakking)
uchi: slagendraaienakeru: opening
nukite: stekentrekken
geri: trappenduwen
barai: vegen
((ashi) hasami: beenschaar)

Hoogtes van mikpunten

Verdedigingen en aanvallen kunnen op verschillende hoogtes worden uitgevoerd. Deze hoogtes worden in drie mogelijkheden benoemd:

  • Jodan: vanaf de romp omhoog, dus nek en hoofd
  • Chudan: de romp, dus vanaf de gordel tot aan de nek
  • Gedan: alles onder de gordel

Bij verdedigingen ga je voor de hoogtes altijd uit van het eigen lichaam, bij aanvallen ga je altijd uit van het lichaam van de tegenstander. Dus als de tegenstander op de grond ligt, maar je stoot naar het hoofd, dan is het een jodan tsuki.

Rugzijde/buikzijde

Deze termen worden gebruikt om aan te geven naar welke kant de verdediger stapt, in het geval de aanvaller met een voet voor staat. Stappen naar de rugzijde is hetzelfde als stappen naar de kant van de oi voet, of, als deze er niet is, de kant van de aanvallende ledemaat.

Richtingen van technieken

Vrijwel alle namen van de technieken worden aangeduid met de richting waarin ze worden gegeven. Als je de Japanse namen van de richtingen uit je hoofd leert, heb je alvast een heel belangrijk deel van het leren van de complete namen van alle technieken gedaan!

Age = opwaarts/naar boven 

Otoshi = neerwaarts/naar beneden 

Uchi = buitenwaarts/van binnen naar buiten 

Soto = binnenwaarts/van buiten naar binnen 

Mae = voorwaarts/naar voren

Ushiro = achterwaarts/naar achteren 

Sayen = zijwaarts/opzij

Stand van de hand

Het woord gyakuten aan het begin van de technieknaam geeft aan dat de techniek wordt gegeven met een omgekeerde stand van de hand. Dit is het geval als de stand van de hand voldoet aan twee kenmerken:

– de hand of vuist bevindt zich onder de elleboog

– de vingers van de hand of vuist wijzen naar beneden

Integreren en improviseren: Japanse woorden gebruikt in namen van standen, verplaatsingen en technieken

Verplaatsingen: buikzijde en rugzijde

De termen buikzijde en rugzijde zijn gerelateerd aan verplaatsingen. Het gebruik van deze termen is, net als oi en gyaku, afhankelijk van de oefening die wordt gedaan.

  • Bij partneroefeningen (kumite, haitatsu en bunkai die als partneroefening worden getraind) worden rugzijde en buikzijde gebruikt om aan te geven naar welke kant de verdediger zich verplaatst, in het geval de aanvaller met een voet voor staat. Verplaatsen naar de rugzijde is hetzelfde als verplaatsen naar de kant van de oi voet van de aanvaller, of, als deze er niet is, de kant van de aanvallende ledemaat.
  • Bij het uitvoeren van een kata worden de eigen buikzijde en rugzijde bedoeld. Een verplaatsing naar buikzijde is dus naar voren, een verplaatsing naar rugzijde naar achteren.

Aanval en verdediging

Tori = aanval of aanvaller

Uke = verdediging of verdediger

Posities: open en gesloten huis

Open huis = de tori en uke staan allebei met een andere voet voor, bijvoorbeeld tori staat met rechts voor, uke staat met links voorGesloten huis = de tori en uke staan allebei met dezelfde voet voor

Basisafspraken bij het trainen van ippon kumite (specifiek voor beoefenaars van Shaolin Ch’uan Fa)

Na het behalen van de witte band ga je trainen met ippon kumite, waarbij je in de beginstand met een voet voor staat en een element van de verdediging bestaat uit het verplaatsen uit de lijn van de aanval(dit wordt gecombineerd met een actieve van een natuurlijk wapen). Door het combineren van de uitgangsstand (open huis of gesloten huis) uitstappende voet, richting van uitstappen en het gebruikte natuurlijk wapen, ontstaat een zeer groot aantal mogelijke uitvoeringen van een ippon kumite. Om de training te vergemakkelijken hebben we ervoor gekozen het aantal mogelijkheden dat je dient te onthouden te beperken. Hierbij is het wel belangrijk te realiseren dat de mogelijkheden die niet worden genoemd om te trainen, niet worden gezien als foute of niet toegestane mogelijkheden! De mogelijkheden die wel worden getraind worden slechts gezien als in eerste instantie meest logische keuzes. Later, onder andere bij het trainen van kumite, kan worden afgeweken van onderstaande basisafspraken.

De basisafspraken die worden gehanteerd bij het trainen van de ippon kumite:

  • Voor beide partners: begin in gesloten huis
  • Voor de aanvaller: val altijd aan met een oi ledemaat
  • Voor de verdediger (uke):
    • kruis de voeten/benen niet bij het verplaatsen
    • in het geval je uit de lijn verplaatst: sla jezelf met het verdedigend natuurlijk wapen altijd weg van het aanvallend natuurlijk wapen
    • uit voorgaande volgt dat de verplaatsende voet altijd bepaalt met welk natuurlijk wapen (oi of gyaku) er moet worden verdedigd